Sint-Niklase Judoclub

Van afdeling naar zelfstandige club

Judo is voor wat België betreft een vrij jonge sport. Zij brak hier door op het einde van de jaren 40. Dat deze sport reeds sinds onheuglijke tijden in Japan beoefend wordt, is geen nieuws. Nochtans vond ze haar oorsprong in het oude China waar een gevechtsmethode bestond waarbij met blote handen werd gevochten tegen gewapende aanvallers. Het was een verdedigende sport die de naam ju-jitsu kreeg. De naam was afgeleid van de Japanse woorden 'ju' (=zacht) en 'jitsu' (=kunst), m.a.w. 'zachte kunst'... De verdere evolutie met al zijn sleutelfiguren zou ons te ver leiden, maar feit is dat ju-jitsu als verdedigingssport zich verder ontwikkelde tot judo, een waardige gevechtssport. Het was tussen de twee wereldoorlogen dat deze sport via Amerika Europa binnenkwam, eerst langs Duitsland, nadien Oostenrijk, Engeland, Frankrijk, Italië en Zwitserland. Aanvankelijk was het ju-jitsu dat werd beoefend.
Op 6 juni 1949 werden de Belgische Federale Judo en Ju-Jitsu Vereniging opgericht. De Fransman Jan De Herdt (4de dan en driemaal Europees kampioen) werd aangezocht om technisch directeur te worde. Voor 1949 echter, was me te Sint-Niklaas reeds actief bezig met deze sport. Het was François Bats, zoon van de bekende turner Charel Bats, die het vuur aan de lont stak. Hij had vernomen dat deze sport sinds enkele jaren te Antwerpen onderwezen werd. Daar kwam hij contact met Willy Streulens die de leiding had van de lokale club 'Judokwai', waarvan de Japanner Georges Nakamura technisch directeur was. Nakamura, toen 2de dan, was via Canada in België verzeild geraakt. Hier zou hij tijdelijk verblijven om zijn beroep van eierensorteerder aan anderen te leren. Dit eigenaardige beroep bestond erin dat men het geslacht van de kippeneieren kon bepalen door ze met de pinken een draaibeweging te geven. Vandaar de naam 'eiertikker'. De enthousiaste François kon vlug een aantal nieuwsgierigen overtuigen om een club op te richten. In 1948 startte de "Sint-Niklase Judo en Ju-Jitsu Club" als onderafdeling van Judokwai Antwerpen. Men vond een oefenzaal (dojo) achter het cafè 'Huis van Commerce' aan de Grote Markt te Sint-Niklaas daar zou de club tot 1958 verblijven. Op het podium achter in de zaal begon men te trainen. Men was aangewezen op de schaars voorhanden zijnde boeken die over deze sport handelen en meestal geschreven waren in een vreemde taal. Regelmatig ging men ook naar Antwerpen om daar te trainen bij Judokwai aan de Ijzeren Waag. Willy Streulens en Nakamura kwamen regelmatig naar Sint-Nikaas om onderricht te geven.
De eerste tatami (oefenmat) was van klein formaat en vervaardigd uit zakken gevuld met zagemeel. Later werd het een kokosmat. Kort daarop permitteerde men zich de luxe van een grotere mat. Deze was samengesteld uit dekens en textielafval in combinatie met rieten matten waarover een canvas zeildoek was gespannen. Dit laatste moest garant staan voor effenheid om verstuikingen van tenen te verkomen. Anderzijds was de ruwheid ervan vaak oorzaak van schaafwonden aan ellebogen of enkels.

Eind jaren '40 zochten sommige gewezen turners, worstelaars en boksers naar een nieuwe uitdaging. Georges De Bats was èèn van hen. Als voormalig worstelaar stond hij in het begin nochtans sceptisch tegenover het 'pyamagetrek', zoals men judo omschreef. Als machinist kwam hij vaak in Noord-Frankrijk. Door nieuwsgierigheid geprikkeld ging hij toch een kijkje nemen bij de Fransen. Hij zag dat zij in de sport heel waar verder stonden, getuige daarvan de vele zwarte gordels. Hij waagde zijn kans te Roubaix waar hij de eerste ju-jitsu- en judo-ervaring opdeed. Als machinist moest hij overnachten aan de Belgische - Franse grens, wat prima uitkwam om daar te trainen. In 1950 sloot hij zich aan bij de club te Sint-Niklaas. Inmiddels had François Bats al heel wat leden aangeworven zoals Leon Van der Herten (broer van 'De Bol' Van der Herten), Albert Van Cleemput (meester-kleermaker), Roger Callaert, Georges Van Cleemputte, Gerard Schiettekatte, Victor Suy (portretshilder), Roland (fotograaf) en broer Georges De Wilde, de gebroeders Bob en Raymond Verhasselt, Willy Bollaert, Romain Geerinck, Willy Ongena, Charles Varewijck, Etienne Thijsman, Emiel Ruythoren, Alfons Wielandt en de jongere broers van de stichter-oprichter Etienne en Leon Bats. Later vervoegden Robert Van de Sompel, Werner Van Hoey, Lucien Janssens, Albert Callaert en Jules Serneels de rangen.
In december 1949 besloot de club een zelfstandige weg te gaan en zij sloot zich aan bij de pas gestichte nationale federatie. Nakamura werd technisch directeur en Willy Streulens, later bijgestaan door Marcel Cooremans, waren de lesgevers.
Het eerste bestuur zag er als volgt uit: Leon Van der Herten, voorzitter; Roger Callaert, secretaris; François Bats, penningmeester en Albert Van Cleemput, lid. Later werden Georges De Bats en Etienne Bats, als technisch adviseurs, in het bestuur opgenomen.
Georges Van Cleemputte en Albert Van Cleemput werden samen met François Bats de eerste clubkampioenen. Tijdens een wedstrijd te Antwerpen om de zwarte gordel te behalen, versloeg Gerard Schiettekatte zomaar liefst vier bruine gordels op rij, wat in die tijd een uitzonderlijke prestatie was. In 1951 werden de open kampioenschappen van Antwerpen gehouden per kleur van de gordel. Leon Van der Herten behaalde er de titel bij de blauwe gordels en Etiennen Bats de halve finale bij de groene.

Groeiend succes

Eveneens in 1951 organiseerde de Sint-Niklase Judo en Ju-Jitsu Club een groots opgezette demonstratie in het 'Huis van Commerce' te Sint-Niklaas. Men deed een beroep op de toenmalige nationale Directeur, de Fransman Jean De Herdt. Georges Nakamura had de leiding. Het evenement trok een volle zaal en werd een overdonderd succes. De kogel was nu door de kerk. Judo was een gekende en erkende sport geworden. Mede dankzij de inzet van het clubbestuur en zijn lesgevers, waar vooral Georges De Bats in uitblonk, kende de club een onverhoopte groei.
In 1952 sloten de eerste jeugdleden zich aan. Onder hen de zonen van Georges De Bats, Willy en Marcel, Guido Varewijck, zoon van Charles en Jean Schiettekatte, broer van Gerard. In datzelfde jaar tijdens de nationale open kampioenschappen van Antwerpen voerde Georges Van Cleemputte een stunt uit. In de halve finale versloeg hij de bruine gordel, Albert Darquenne, lid van de nationale ploeg, om het daarna in de finale op te nemen tegen de universitaire kampioen Jean Begeaux. Tot tweemaal toe wierp hij deze, eerst met uchi mata daarna met harai goshi. Maar tot ieders verbazing werd hem de overwinning niet toegekend. En dit nog wel door de scheidsrechters, zijn leraar Nakamura. Het gaf de algemene indruk dat het niet hoorde dat de nationale kampioen gevloerd werd door een lagere bruine gordel.
Ondertussen hadden ook meisjes zich aangesloten, waaronder Jeanine Van Cleemput, Denise Van der Herten, Nelly De Wilde en Monique Janssens. Een belangrijke aanwinst was Walter Collyn die de nodige structuurwijzigingen van de club doorvoerde.

In 1957 werd de 38-jarige Georges De Bats kampioen van België, het jaar daarop werd hij 2de. Door de groeiende publieke belangstelling voor judo werd deze finale tijdens het wekelijks sportjournaal in de bioscopen vertoond.
Op de nationale ploegkampioenschappen in 1958 behaalde het Sint-Niklase team met Georges De Bats, Georges Van Cleemputte, Roger Callaert, Willy De Bats en Walter Collyn de derde plaats. Op juli 1958 traden Georges De Bats en Etienne Bats toe tot het college van zwarte gordels met hun graad van 1ste dan. Het jaar daarop kreeg de club er nog een zwarte gordel 1ste dan bij, namelijk Andrè Baert die overkwam van J.C. Amay. Vanaf 1959 nam Georges De Bats niet meer deel aan nationale of Vlaamse kampioenschappen. Hij deed enkel nog wedstrijden waardoor hij een hogere graad kon bereiken. Verder wou hij zijn kennis ten dienste stellen van de club en haar leden en schoolde hij zich samen met Etienne Bats tot gediplomeerde clubtrainer bij het Ministerie van Nationale Opvoeding en Cultuur. In 1960 werd Marcel Verstraeten kampioen van de beide Vlaanderen bruine gordels en het jaar daarop lukte Willy De Bats dit eveneens. In 1964 haalde Roland De Backer de finale op de kampioenschappen van de beide Vlaanderen. hij verloor de kamp eervol van de Ronsenaar Marcel Lejeune, een zwarte gordel 1ste dan en vaste waarde in de nationale ploeg met meerdere nationale titels.

Splitsingen, fusies en nieuwe clubs

Ondertussen waren er leden die de drang voelden om zich af te scheiden en een nieuwe club te stichten, wat in 1959 ook gebeurde De nieuwe club 'Sint-Niklase Judokwai' werd opgericht door Roger Callaert, Roger Piessens, Etienne Thijsman en Gerard Schiettekatte. De laatstgenoemde twee zouden als leraar fungeren. Men zou zich vooral toespitsen op ju-jitsu en technische judo, maar minder gericht op deelname aan officiële kampioenschappen. Zij werden lid van Belgische Amateurs Judo Associatie (BELAJA) onder leiding van technisch directeur François Van Haesendonck.

Hun eerst huisvesting was op de hoek van de Magnolialaan en het Brugsken. Vervolgens verhuisden ze naar 'Ons Huis', de parochiezaal van Tereken, aan de Schoolstraat. hun volgende stek werd cafè Belle Vue (Grote Markt) om ten slotte te belanden in een lokaal aan de Plezantstraat, tussen de meissjesschool O.L.V.-Presentatie en het cafè op de hoek, het 'Oud Amerika'. De Engelsman John Street, garagehouder in de Wegvoeringstraat werd voorzitter.

Door de fusie tussen BELAJA en BFJJV was de Sint-Niklase Judokwai geen lang leven beschoren en werden alle activiteiten stopgezet. Vele leden stapten over naar de Sint-Niklase Judo en Ju-Jitsuclub. Etienne Thijsman die ondertussn de zwarte gordel had behaald, kwam terug naar de oude stal. Samen met Etienne bats werd hij aangesteld om ju-jitsu en karate te onderwijzen, terwijl Georges De Bats de algemene leiding op zich nam over de afdeling competitiejudo. Geleidelijk ging de judoafdeling zich meer onafhankelijk opstelen. Japanse grootmeesters waren graag geziene gastleraren op de tatami van de Sint-Niklase club.

Rond 1960 nam de club deel aan de 14-daagse TV-uitzending 'Waag Je Kans'; een programma waaraan verenigingen konden deelnemen om hun clubkas aan te dikken. De club behaalde de zege in de slotfase. De laatste vraag bestond erin het gezamenlijk gewicht te raden van de nog vier mededingende voorzitters. Met 292 kg zat clubvoorzitter Leon Van der Herten er maar net 1 kg naast (293 kg). De overwinning bracht 20.000 oude Belgische franken in de clubkas samen met het gewicht in bloedworst aan de overwinnende voorzitter geschonken. Met extra sportieve en financiële steun vanuit SPORTA afdeling Waasland, die eenzelfde bedrag schonk, kon een authentieke judomat worden aangekocht. Deze 100m² grote klepper vond zijn onderdak in een van de bovenzalen van het pas geopende stedelijk zwembad aan de Parklaan waar de club zijn nieuwe stek had. Met de daaraan palende turnzaal en alle andere nodige infrastructuur zoals douches en kleedkamers kon men in èèn klap een perfecte service aanbieden. Walter Collyn was er als de kippen bij om Sint-Niklaas aan te duiden als nationaal trainingscentrum. Dit luidde de periode in van ongekende groei en bloei van de club, met 280 leden destijds de grootste van Vlaanderen.

Een nieuw lid met grote toekomst, de middengewicht Andrè Sertijn, kwam de club vervoegen. Na de bokssport vaarwel te hebben gezegd volgde hij zijn basisopleiding bij de Sint-Niklase Judokwai. In juli 1965 deed hij de overstap naar de Sint-Niklase Judo en Ju-jitsuclub. Hij ontpopte zich vrij vlug tot een geduchte tegenstander en boekte prima resultaten. In 1971 kreeg hij van de gemeente Sinaai de bekroning van sportman van het jaar. Ook andere beloftevolle jongeren boden zich aan waardoor men een degelijke ploeg kon vormen. Met Patrick Van Buyten (lichtgewicht), Marc Rotthier (half midden), Andrè Sertijn (midden), Walter De Roos (halfzwaar) en Pierre Bontinck (zwaar) werd een vaste kern gevormd. Deze ploeg werd in 1968 en 1969 kampioen van Oost-Vlaanderen.
De uitschieter was wel Pierre Bontinck met als indrukwekkend palmares; winnaar beker van België voor beloften in 1966, winnaar beker van België en kampioen van België seniores, deelname aan de wereldkampioenschappen te Salt Lake City (USA) in 1967, Belgisch kampioen alle categorieën juniores en opnieuw winnaar beker van België halfzwaar juniores in 1968, universitair kampioen halfzwaar en alle categorieën in 1969. Hij was ook van de partij tijdens de Europese kampioenschappen die gehouden werden te Oostende van 15 tot 18 mei 1969. Hij werd een vast lid van de nationale ploeg waarmee hij aan verschillende interlands deelnam. Hij behaalde zijn 1ste dan in 1966, zijn 2de dan in 1968 en zijn 3de dan in 1970.

Etienne Bats had ondertussen zijn carrière vooral in ju-jitsu uitgebouwd. Hij werd internationaal scheidsrechter en stichtte in 1978 zijn eigen budoclub in Belsele. hij klom op tot nationaal voorzitter van de Belgische ju-jitsu federatie. Zijn sportcarrière bekroonde hij ten slotte nog met het behalen van een 4de dan judo en een 8ste dan ju-jitsu; in 1999 werd hij door de stad Sint-Niklaas gelauwerd met de Prijs van Sportverdienste.

Georges De Bats, nadat hij gediplomeerd hulpmonitor en clubtrainer werd (1966 en 1968), bleef zich verder inzetten om zijn competitie evaring over te dragen aan zijn leerlingen met als doelstelling zoveel mogelijk zwarte gordels te vormen. Als we de statistieken opmaken, kan Sint-Niklaas op zowat 45 zwarte grodels terugblikken. Hij spoorde ook zwarte gordels, die met competitiesport gestopt waren, aan om hun brevet als hulp- en clubtrainer te behalen bij BLOSO. Andrè Sertijn samen met Mark Rotthier, Martin Cappaert, Marcel De Bats, Marcel Heirbaut en Eddy Heyman waren in deze volgorde de eerste geslaagden. Later zouden tal van zwarte gordels deze traditie verder zetten. Andrè Sertijn was de eerste judoleraar van de club die als lesgever muteerde naar judoclub Troelant in Sinaai en judoclub J.C. Kemzeke, terwijl Eddy Heyman judoclub Ninove oprichtte en dit telkens onder leiding van hun technisch directeur Georges De Bats.

Door de gestage groei zag de Sint-Niklase Judo en Ju-Jitsu Club zich ondertussen genoodzaakt om een grotere en betere accommodatie te zoeken. Zij kreeg deze in 1970 toegewezen bij de opening van de stedelijke sporthal 'De Witte Molen'. Daar werd een apart lokaal ingericht al judozaal.
In November 1978 trok Georges De Bats met enkele van zijn leerlingen naar Japan om in Tokio de "Jigoro Kano Cup" bij te wonen en aansluitend gedreven stages te volgen in de Kodokan en de diverse universitaire trainingscentra. Als afsluiter stond een intensieve competitiestage op het programma in de dojo van de nationale politie te Tokio.

De afdelingen ju-jitsu en karate scheidden zich af van de Sint-Niklase Judo en Ju-jitsu Club en sloten zich aan bij hun eigen federatie. De oude club werd herdoopt in 'Sint-Niklase Judoclub'. De groei aan talentvolle nieuwkomers zette zich door: Rudy Fruytier, Victor Heirbaut, Dirk De Boes, Patrick Schelfhout, Peter Baudenelle, Wim Mussche, Jan De Baere, kurt Maes, Marc Verhulst en andere losten de verwachtingen in.

Bij de dames behaalde Marleen Blommaert zilver en Berlinda Van Landeghem brons op de Belgische kampioenschappen. Rudy Fruytier was de absolute uitschieter. Hij beschikte over een zeer hoogstaande techniek vergelijkbaar met die van de Japanse grootmeesters. Meerdere keren in de jaren '80 werd hij kampioen van België in de eigen gewichtsklasse en ook in alle categorieën. Zelfs de befaamde Harry Van Barnevelde ging voor de bijl. Olympisch kampioen Van De Walle beschouwde hem als zijn mogelijke opvolger. Helaas nam Rudy topsport niet al te ernstig en moest hij ook zijn tijd delen met studeren om een diploma van licentiaat lichamelijke opvoeding te behalen. Ook Patrick Schelfout en Rudi De Maere deden het opmerkelijk. Zij haalden de halve finale tijdens de Militaire W.K. te Sao Paolo (Brazilië) terwijl Patrick meerdere malen kampioen van België werd in de diverse leeftijdscategorieën. Anderzijds werd de Rudi Maere Belgisch kampioen bij de militairen.
Als we de verder de revue van verdienstelijke judoka's bekijken, vermelden we o.a.: Marcel Heirbaut (2de dan) en zoon Victor (kampioen van België), gewezen politiecommissaris Hugo De Clercq (B.K. Politiesport), Martin Cappaert (3de dan), Harry Van Buynder, Florent Christaens (1ste dan), Lucien Vermeulen, Etienne Dobbelaere, Bob Verhasselt, Raf Van Damme (1ste dan), Ilias Maes, de gebroeders Heyman (Eddy 5de dan, Luc en Jan), de overgekomen worstelaars Etienne Piessens, Karel Struyf, Arthur 'James' Van Puvelde en de gebroeders Verstraeten, die vanuit de omgeving van Ninove tweemaal per week kwamen trainen. Als laatste in de rij treffen we Rudi Cathoir aan die vanaf 1977 zijn palmares rijkelijk aanvulde met titels op provinciaal en regionaal vlak. Tot slot moeten we nog Jan Segers vermelden. Deze judoka van topformaat werd aangetrokken om als sparing partner en lesgever te fungeren om het competitieniveau van het Sint-Niklase judoteam te optimaliseren. Het is onder zijn leiding dat men in 1983 en 1985 kampioen werd van derde en tweede klasse vanaf 1986 uit te komen in de eerste afdeling van de Belgische judocompetitie.

Recente tijden

De Sint-Niklase Judoclub verhuisde in 1991 naar een eigen judocentrum aan de Passtraat, opgericht door vader Georges en zoon Marcel De Bats. Tot in 2000 zou Georges hier als hoofdtrainer actief blijven. Tussen 2000 en 2003 verbleef de club in 'Tjeebogiem' aan de Antwerpse Steenweg om uiteindelijk terug te keren naar sporthal 'De Witte Molen', waar ondertussen een tweede dojo was ingericht om meer clubs uit de sector van de krijgskunsten te kunnen opvangen. Vanaf deze periode zijn het Andrè Sertijn en Marcel De Bats die de trainersfunctie overnemen terwijl Pascal De Meulenaer instaat voor de opleiding jeugdjudo.

In december 2004 kende het stadsbestuur aan Georges De Bats, die enkele maanden daarvoor was overleden, postuum het ereplaket voor sportverdienste toe voor zijn ononderbroken en onuitputtelijke inzet van 53 jaar.

Tekst uit sportrevue van de Stedelijke sportraad Sin-Niklaas Nr.12 - september 2006. Artikel "Roots en levenslijn van de Sint-Niklase judoclub", geschreven door Steve Wante naar een originele tekst van Marcel De Bats.

 

Op 22 februari 2008 kreeg de Sint-Niklase judoclub een zware klap te verwerken met het overlijden van trainer Pascal De Meulenaer.

 

Sinds april 2008 wordt training gegeven door twee oud gedienden van de club namelijk Marc Verhulst en Kurt Maes. Terwijl Evy De Meulenaer, dochter van Pascal, zich ontfermt over de kleintjes.

 

In 2013 werd Kevin De Saegher Belgisch Kampioen bij de jeugd. Deze talentvolle judoka heeft zich na 2,5 jaar judo opgewerkt tot zwarte gordel 1ste DAN en behaalde in één Shiai 6 punten voor 2de DAN. Ondertussen geeft hij op regelmatige basis les in competitiejudo aan onze jeugd. Dit samen met Steven en Stefaan Van Luyck beiden 1ste DAN.